Het navigeren door Nederlandse stadstraten betekent vaak het delen van de weg met trams. Deze les, onderdeel van Unit 3: Voorrangsregels en Kruispuntnavigatie voor het motorrijbewijs categorie A, richt zich specifiek op de unieke voorrangsregels en veiligheidsoverwegingen bij het tegenkomen van trams. Het begrijpen van deze nuances is cruciaal voor zowel het slagen voor je CBR theorie-examen als voor veilig rijden in stedelijke gebieden.

Motorrijders in Nederland komen trams vaak tegen, met name in stedelijke gebieden. Het begrijpen van de specifieke voorrangsregels bij tramkruispunten, bekend als tramoversteek, is niet alleen cruciaal om te slagen voor het Nederlandse Motor Theorie-examen (Categorie A), maar ook van vitaal belang voor de dagelijkse veiligheid op de weg. Trams rijden op vaste sporen, hebben een enorme massa en beperkte mogelijkheid om te stoppen of uit te wijken, waardoor aanrijdingen met trams uitzonderlijk gevaarlijk zijn. Deze les behandelt het wettelijke kader, praktische overwegingen en veilige rijtechnieken die nodig zijn om vol vertrouwen door tramrijke omgevingen te navigeren.
De kern van veilig interageren met trams is het principe van tramvoorrang. Dit betekent dat trams over het algemeen voorrang hebben op andere weggebruikers op aangewezen kruispunten, tenzij specifieke verkeersborden of seinen expliciet anders aangeven. Deze wettelijke voorrang wordt voornamelijk om twee redenen verleend: efficiëntie van openbaar vervoer en veiligheid van passagiers. Trams vervoeren veel passagiers en rijden volgens strikte schema's; het verlenen van voorrang vermindert vertragingen en zorgt voor een soepelere doorstroming van het openbaar vervoer.
De Nederlandse Wegenverkeerswet (RVV 1990) regelt expliciet de voorrang van trams. Artikel 45 lid 2 stelt dat trams voorrang hebben, tenzij dit door verkeerstekens of verkeerslichten wordt opgeheven. Dit is een fundamentele regel die motorrijders moeten internaliseren. In tegenstelling tot andere voertuigen kunnen trams hun vaste baan niet verlaten, waardoor ontwijkende manoeuvres onmogelijk zijn. Daarom rust de verantwoordelijkheid op andere weggebruikers om voorrang te verlenen.
Deze borden zijn essentiële visuele aanwijzingen die de algemene voorrangsregel wijzigen. Kijk altijd naar deze borden wanneer u een tramkruispunt nadert.
Navigeren op kruispunten met trams vereist vaak meer dan alleen standaard verkeerslichten. Speciale seinen en specifieke wegmarkeringen worden gebruikt om tramverkeer te regelen en andere weggebruikers te informeren.
Veel complexe kruispunten zijn uitgerust met verkeerslichten speciaal voor trams. Deze seinen tonen doorgaans unieke pictogrammen of patronen, zoals een witte balk of pijl op een zwarte achtergrond om "doorrijden" aan te geven, en een rood licht of horizontale balk om "stoppen" aan te geven. Cruciaal is dat deze tramsignalen niet altijd gesynchroniseerd zijn met de algemene verkeerslichten voor voertuigen.
Een veelvoorkomende en gevaarlijke misvatting ontstaat wanneer een motorrijder een groen licht voor voertuigen ziet en aanneemt dat hij mag doorrijden, zelfs als er een tram aanwezig is of als het tramsignaal rood is. Dit is onjuist. Motorrijders moeten zowel hun eigen verkeerslicht voor voertuigen als eventuele tramspecifieke seinen observeren. Als het voertuiglicht groen is, maar het tramsignaal rood, zal een tram die voorrang heeft toch doorrijden, wat leidt tot een aanrijdingsrisico.
Op sommige knooppunten kunnen tramsignalen geïntegreerd zijn in dezelfde mast als de voertuigseinen. Rijders moeten elk signaalkop zorgvuldig observeren. Een groen voertuiglicht verleent niet automatisch voorrang boven een tram als de tram een rood signaal heeft of als er geen specifiek signaal is dat de voorrang opheft. De Nederlandse Signalisatiestandaard (SIA-R10) biedt richtlijnen voor de plaatsing en het ontwerp van deze gecombineerde seinen, waarbij de nadruk ligt op hun verschillende functies.
Tramkruispunten worden vaak aangegeven door specifieke wegmarkeringen. Een doorgetrokken witte lijn over de rijbaan, soms vergezeld van een tramsymbool op het wegdek, markeert het punt waar voertuigen moeten stoppen om een naderende tram voorrang te verlenen. Deze markeringen dienen als een duidelijke visuele herinnering aan het kruispunt en de noodzaak tot voorzichtigheid.
In veel stedelijke gebieden zijn tramsporen direct in het wegdek ingebed, wat resulteert in wat bekend staat als een gedeeld rijvak. Dit stelt zowel trams als andere motorvoertuigen, waaronder motorfietsen, in staat om dezelfde wegruimte te gebruiken. Hoewel dit ontwerp de menging van verkeer faciliteert, introduceert het ook specifieke gevaren voor motorrijders.
Bij het rijden op een gedeeld rijvak is het van essentieel belang om een veilige zijdelingse afstand tot de tramsporen te bewaren. De rails zelf en de groeven ernaast kunnen motorwielen klemzetten, wat kan leiden tot verlies van controle, met name bij het nemen van bochten of wisselen van rijstrook. Posioneer uw motorfiets indien mogelijk op het asfaltgedeelte van de rijstrook en vermijd direct contact met de rails.
Als u een stilstaande of langzaam rijdende tram op een gedeeld rijvak moet inhalen, is het cruciaal om dit veilig te doen. De Nederlandse Wegenverkeerswet (RVV 1990 Art. 5 lid 5) regelt inhalen en impliceert dat elke manoeuvre veilig moet worden uitgevoerd. Haal nooit een tram in aan de kant waar passagiers instappen of uitstappen, omdat voetgangers plotseling uw pad kunnen kruisen. Bij het inhalen, passeer altijd aan de asfaltzijde, waarbij u ten minste 0,5 meter zijdelingse afstand tot de tram en de sporen aanhoudt. Vermijd het direct rijden over de rails om 'ruimte te besparen' tijdens een inhaalmanoeuvre, aangezien dit het risico op uitglijden aanzienlijk vergroot, vooral bij slecht weer.
Een van de meest significante en vaak onderschatte gevaren voor motorrijders in de buurt van tramsporen is de verminderde oppervlaktewrijving (wrijvingscoëfficiënt) van de rails. Dit fysieke kenmerk heeft een dramatische invloed op de stabiliteit en remprestaties van motorfietsen.
De wrijvingscoëfficiënt op droog asfalt is relatief hoog (ongeveer 0,6-0,8), wat zorgt voor goede grip. Stalen tramrails daarentegen, vooral als ze nat, olieachtig, ijzig of bedekt met bladeren of vuil zijn, bieden aanzienlijk minder tractie. Bij nat weer kan de wrijving op rails drastisch dalen, soms tot wel 0,15. Dit is vergelijkbaar met rijden op ijs. Deze lage wrijving vertaalt zich direct naar langere remwegen en een hoger risico op uitglijden voor motorfietsen.
Wanneer de banden van een motorfiets contact maken met gladde rails, kan de verminderde wrijving leiden tot:
Daarom moeten motorrijders een zeer voorzichtige benadering hanteren wanneer ze tramsporen tegenkomen, met name bij nat of slecht weer. Vergroot uw volgafstand, moduleer uw remmen zachtjes en pas indien mogelijk uw route aan om direct over de rails te rijden te vermijden.
Trams zijn uitgerust met diverse waarschuwingsapparaten die bedoeld zijn om andere weggebruikers te waarschuwen voor hun aanwezigheid en bedoelingen, met name bij het naderen van kruispunten. Deze apparaten zijn wettelijk verplicht (RVV 1990 Art. 45 lid 6) en van cruciaal belang voor de veiligheid van motorrijders.
Ontwikkel de gewoonte om actief te luisteren naar trambellen en te scannen naar knipperende lichten. In situaties met beperkt zicht (mist, zware regen of duisternis) worden deze waarschuwingsapparaten nog belangrijker, aangezien u een tram eerder hoort dan ziet. Ga er altijd van uit dat de tram binnen enkele seconden het kruispunt zal oprijden zodra een waarschuwingsapparaat is geactiveerd.
Vanwege hun enorme gewicht (vaak meer dan 100 ton) en de inherente lage wrijving tussen stalen wielen en stalen rails, hebben trams aanzienlijk langere afstanden nodig om te stoppen dan welk ander wegvoertuig dan ook. Een tram die met 50 km/u rijdt, kan tussen de 100 en 200 meter nodig hebben om volledig tot stilstand te komen. Deze enorme remweg betekent dat een tram simpelweg niet abrupt kan stoppen voor een motorrijder die geen voorrang verleent.
Vertrouw er niet op dat een tram voor u zal stoppen. Het onvermogen om snel te remmen maakt het voor motorrijders absoluut noodzakelijk om altijd voorrang te verlenen en hun bewegingen ruim van tevoren te anticiperen.
Anticiperend rijden is de sleutel. Wanneer u een gebied met tramsporen nadert, kijk dan ver vooruit naar trams, observeer tramsignalen en wees bereid om uw snelheid te verminderen en te stoppen. Deze proactieve benadering zorgt ervoor dat u voldoende tijd heeft om te reageren en gevaarlijke conflicten te vermijden.
Hoewel trams over het algemeen voorrang hebben, zijn er specifieke situaties waarin deze regel tijdelijk wordt opgeschort. Deze uitzonderingen betreffen officiële bevoegdheid of onmiddellijke veiligheidsproblemen.
Een tijdelijke opschorting van standaard verkeersregels, inclusief tramvoorrang, om hulpverleningsvoertuigen of bevoegde personen de mogelijkheid te geven dringende situaties te beheren, de openbare veiligheid te waarborgen en noodhulpverlening efficiënt te laten verlopen.
Veel ongevallen waarbij motorfietsen en trams betrokken zijn, ontstaan door specifieke terugkerende fouten. Bewust zijn van deze veelvoorkomende fouten kan uw veiligheid aanzienlijk vergroten:
De basis voor veilige interactie met trams is stevig verankerd in de Nederlandse verkeerswetgeving.
Naleving van deze voorschriften is verplicht voor alle weggebruikers, inclusief motorrijders, en vormt een belangrijk onderdeel van het Nederlandse Motor Theorie-curriculum.
De fundamentele regels voor tramvoorrang blijven constant, maar de praktische toepassing ervan vereist aanpassing op basis van omgevings- en situationele factoren.
De staat van uw motorfiets speelt ook een rol bij de veiligheid in de buurt van trams.
In stedelijke gebieden delen trams vaak ruimte met andere kwetsbare weggebruikers.
Samenvattend komt veilig rijden rond trams neer op een paar cruciale principes:
Door deze principes nauwgezet toe te passen, vermindert u de risico's die gepaard gaan met rijden in de buurt van trams aanzienlijk en draagt u bij aan een veiligere verkeersdoorstroming in Nederland.
Overzicht van de lesinhoud
Bekijk alle onderdelen en lessen in deze rijtheoriecursus.
Ontdek zoekonderwerpen waar leerlingen vaak naar zoeken wanneer ze Voorrang bij Tramkruisingen (Tramoversteek) bestuderen. Deze onderwerpen weerspiegelen veelvoorkomende vragen over verkeersregels, verkeerssituaties, veiligheidsrichtlijnen en theoriebereiding op lesniveau voor leerlingen in Nederland.
Bekijk aanvullende rijtheorielessen over verwante verkeersregels, verkeersborden en veelvoorkomende verkeerssituaties. Krijg beter inzicht in hoe verschillende regels samenkomen in alledaagse verkeerssituaties.
Begrijp de speciale voorrangsregels voor trams en hulpdiensten in Nederland. Leer hoe u veilig kruispunten navigeert waar meerdere voorrangssituaties kunnen optreden, en zorg voor naleving van de Nederlandse verkeerswetgeving.

Deze les behandelt speciale situaties waarin standaard voorrangsregels worden opgeheven. U leert over de absolute voorrang van hulpverleningsvoertuigen met sirenes en zwaailichten, en de juiste procedure om deze veilig doorgang te verlenen. De inhoud legt ook de specifieke voorrangsregels voor trams uit, die vaak voorrang hebben op ander verkeer, evenals voor militaire colonnes en officiële begrafenisstoeten. Bovendien versterkt de les de regels voor het verlenen van voorrang aan voetgangers op zebrapaden.

Rijden in Nederlandse steden betekent vaak omgaan met trams, die unieke risico's met zich meebrengen voor tweewielers. Deze les behandelt de absolute prioriteit die trams in de meeste situaties hebben en legt uit hoe specifieke tramverkeerssignalen te interpreteren zijn. Het biedt cruciale veiligheidstechnieken voor het onder een veilige hoek oversteken van tramsporen om te voorkomen dat je wielen vast komen te zitten, en benadrukt het aanhouden van een veilige afstand tot bewegende trams, wat een essentieel onderdeel is van het inschatten van stedelijke gevaren.

Wanneer een hulpverleningsvoertuig nadert met sirenes en blauwe zwaailichten, bent u wettelijk verplicht om voorrang te verlenen. Deze les legt de juiste procedure uit: controleer uw omgeving, geef uw intentie aan en rijd zo veilig en snel mogelijk naar de zijkant van de weg om een vrij doorgang te creëren. Ook wordt de procedure voor het maken van een noodstop bij pech behandeld, inclusief het gebruik van de alarmlichten en het positioneren van uw voertuig voor maximale veiligheid.

Deze les legt de cruciale voorrangsregels uit met betrekking tot voetgangers en fietsers om de veiligheid van kwetsbare weggebruikers te garanderen. Je leert de absolute verplichting om te stoppen voor voetgangers die op een 'zebrapad' (oversteekplaats voor voetgangers) staan of wachten om over te steken. De inhoud behandelt ook situaties waarin je voorrang moet verlenen aan fietsers die je pad kruisen, zoals bij het afslaan over een speciaal fietspad.

Deze les legt de voorrangsregels op kruispunten uit. Je leert een 'gelijkwaardig' kruispunt te herkennen waar de standaardregel geldt dat je voorrang moet verlenen aan verkeer van rechts. Ook wordt uitgelegd hoe voorrang wordt geregeld door verkeersborden (zoals het B6-stopbord en het B7-voorrangsbord) en wegmarkeringen ('haaientanden'). Het begrijpen van deze hiërarchieën is cruciaal voor het maken van veilige en correcte beslissingen bij het oversteken of afslaan op elk kruispunt.

Deze les legt de fundamentele 'voorrang van rechts'-regel uit, die geldt op kruispunten van gelijkwaardige wegen waar geen andere borden of wegmarkeringen voorrang aangeven. Je leert dergelijke kruispunten te herkennen en begrijpt je plicht om voorrang te verlenen aan verkeer dat van rechts nadert. De les verduidelijkt ook belangrijke uitzonderingen, zoals bij het verlaten van een oprit, het oprijden van een verharde weg vanaf een onverharde weg, of bij het tegenkomen van een tram. Het beheersen van deze regel is cruciaal voor het navigeren in woonwijken en stadsstraten waar bebording vaak minimaal is.

Deze les beschrijft de wettelijke verplichting en veilige procedures voor het verlenen van voorrang aan hulpverleningsvoertuigen ('noodvoertuigen' of 'voorrangsvoertuigen') die geluidssignalen en optische waarschuwingssignalen gebruiken. Het biedt duidelijke richtlijnen over hoe je veilig ruimte creëert, door aan de kant te gaan, snelheid aan te passen of een kruispunt vrij te maken, zonder een secundair gevaar te veroorzaken. De inhoud benadrukt het bewaren van kalmte en het maken van voorspelbare manoeuvres om hulpdiensten snel en veilig te laten passeren.

Deze les introduceert de fundamentele beginselen van voorrang verlenen in Nederland, beginnend met de verkeershiërarchie en de standaardregel om voorrang te verlenen aan verkeer van rechts op gelijkwaardige kruispunten. Je leert een voorrangsweg te herkennen, gemarkeerd met bord 30, en begrijpt hoe deze aanduiding de standaardregel opheft. De inhoud legt het wettelijk kader vast voor het nemen van voorrangsbeslissingen bij afwezigheid van specifieke borden of verkeerslichten.

Als gemotoriseerde weggebruiker heeft u een bijzondere verantwoordelijkheid ten opzichte van kwetsbaardere deelnemers. Deze les richt zich op de regels die voorrang verlenen aan voetgangers bij gemarkeerde zebrapaden en het belang van anticiperen op de bewegingen van fietsers, kinderen en ouderen. U leert over het aanhouden van een veilige zijdelingse afstand bij het passeren van fietsers en hoe u met verhoogde alertheid door gedeelde ruimtes navigeert, een cruciaal onderdeel van sociaal en veilig rijgedrag.

Deze les richt zich op de regels die van toepassing zijn bij interacties met voetgangers. U leert de absolute verplichting om te stoppen voor voetgangers die op een aangewezen zebrapad zijn of duidelijk van plan zijn over te steken. Het curriculum behandelt ook hoe de weg te delen in een 'woonerf' (woonzone) waar voetgangers voorrang hebben. Het benadrukt extra voorzichtigheid bij kinderen, ouderen en gehandicapte voetgangers, die meer tijd nodig hebben of onvoorspelbaar kunnen handelen.
Leer over typische fouten die motorrijders maken bij tramovergangen in Nederland en de specifieke gevaren die hierbij komen kijken, zoals gladde rails en verkeerde interpretatie van seinen. Essentiële theorie voor veilig rijden in de stad.

Rijden in Nederlandse steden betekent vaak omgaan met trams, die unieke risico's met zich meebrengen voor tweewielers. Deze les behandelt de absolute prioriteit die trams in de meeste situaties hebben en legt uit hoe specifieke tramverkeerssignalen te interpreteren zijn. Het biedt cruciale veiligheidstechnieken voor het onder een veilige hoek oversteken van tramsporen om te voorkomen dat je wielen vast komen te zitten, en benadrukt het aanhouden van een veilige afstand tot bewegende trams, wat een essentieel onderdeel is van het inschatten van stedelijke gevaren.

Deze les richt zich op de wettelijke vereisten en veilige praktijken voor het rijden in de buurt van oversteekplaatsen ('zebrapaden') en aangewezen schoolomgevingen. Het beschrijft de absolute verplichting om voorrang te verlenen aan voetgangers op of naderende oversteekplaatsen en de noodzaak van aanzienlijk verminderde snelheden en verhoogde waakzaamheid in gebieden met kinderen. De inhoud onderstreept het belang van anticiperen en voorbereid zijn op onvoorspelbare bewegingen van kwetsbare verkeersdeelnemers om ernstige incidenten te voorkomen.

Deze les behandelt de interactie met andere weggebruikers. Je leert over motorrijders, die snel kunnen accelereren en remmen en door langzaam verkeer kunnen rijden. De cursus legt uit hoe je hun bewegingen kunt anticiperen en ze voorzichtig kunt controleren bij kruispunten. Het behandelt ook hoe je veilig langzaam rijdende voertuigen, zoals landbouwtrekkers, nadert en inhaalt, en hoe je je gedraagt rond ruiters, wat vereist dat je langzamer rijdt en een zeer ruime bocht neemt.

Deze les richt zich op de unieke en dicht opeengepakte gevaren die voorkomen in stedelijke verkeersomgevingen. Het leert rijders een systematisch scanpatroon te ontwikkelen om potentiële risico's van meerdere bronnen tegelijkertijd te identificeren, zoals voetgangers die van het trottoir stappen, onverwacht openende autoportieren en bussen die wegrijden. De inhoud benadrukt ook het belang van het beheersen van de snelheid en het altijd plannen van een 'vluchtroute' voor het geval een gevaar plotseling ontstaat in het complexe stadslandschap.

Deze les bereidt je voor op de unieke gevaren van rijden op hoge snelheid op de snelweg. Je leert veelvoorkomende gevaren op het wegdek te herkennen en te navigeren, zoals puin, kuilen en gladde stalen voegovergangen op bruggen. De inhoud behandelt ook de krachtige luchtturbulentie die wordt veroorzaakt door grote vrachtwagens, wat de stabiliteit van een motorfiets kan beïnvloeden, en de mentale uitdaging van het behouden van focus op lange, eentonige stukken weg.

Deze les richt zich op de specifieke gevaren en technieken voor het veilig delen van de weg met zware vrachtwagens (ZWV's) en bussen. Het biedt een gedetailleerde uitleg van hun uitgebreide blinde vlekken ('dode hoek') en leert rijders waar ze zich moeten positioneren om zichtbaar te blijven. Het curriculum behandelt ook hoe om te gaan met de significante luchtturbulentie die door deze voertuigen wordt gecreëerd bij het inhalen en hoe hun wijde draaicirkels bij kruispunten en rotondes te anticiperen.

Deze les biedt een gedetailleerd raamwerk voor hoe motorrijders veilig en legaal moeten omgaan met diverse weggebruikers, waaronder auto's, vrachtwagens, fietsers en voetgangers. Het behandelt de vereiste communicatiesignalen, anticiperend gedrag en specifieke positioneringstechnieken die nodig zijn om te co-existeren in complexe verkeersomgevingen zoals stadscentra en gedeelde ruimtes. De nadruk ligt op wettelijke verwachtingen en praktische methoden die actief het risico op aanrijdingen verminderen en een vlotte doorstroming van het verkeer bevorderen.

Deze les biedt cruciale instructie over het beheersen van dode hoeken ('dode hoek') om botsingen te voorkomen, met name tijdens het wisselen van rijstrook. Het behandelt de correcte afstelling en het gebruik van spiegels, maar benadrukt hun beperkingen en de absolute noodzaak van de 'lifesaver' schoudercheck vóór elke zijdelingse beweging. Bovendien leert het rijders hoe ze zich bewust moeten zijn van de grote dode hoeken rond auto's en vooral vrachtwagens, en hoe ze zich op de weg moeten positioneren om te allen tijde zichtbaar te blijven voor andere bestuurders.

Deze les behandelt strategieën voor het veilig manoeuvreren rond voertuigen aan beide uiteinden van het spectrum. Er worden de grote dode hoeken ('no-zones') rond vrachtwagens en bussen gedetailleerd beschreven en er wordt geadviseerd over de positionering van een motorfiets om zichtbaar te blijven. Evenzo wordt de zorgplicht jegens kwetsbare verkeersdeelnemers benadrukt, waarbij rijders leren de bewegingen van voetgangers en fietsers te anticiperen en hen altijd voldoende ruimte te bieden bij het passeren.

Deze les legt het concept van strategische rijstrookpositionering uit, verder dan alleen in het midden van de rijstrook blijven. Het beschrijft hoe u een positie kiest - meestal in het linker- of rechterwielspoor van auto's - om beter zichtbaar te zijn in de spiegels van andere bestuurders, de gladde middenstrook te vermijden en een ruimtebuffer te behouden. De inhoud benadrukt het voortdurend aanpassen van de positie op basis van verkeer, wegcondities en potentiële gevaren.
Vind duidelijke antwoorden op vragen die leerlingen vaak hebben over Voorrang bij Tramkruisingen (Tramoversteek). Lees hoe de les is opgebouwd, welke theoriedoelen worden behandeld en hoe de les past binnen de algemene leerroute van onderdelen en de voortgang binnen de leerlijn in Nederland. Deze uitleg helpt je kernconcepten te begrijpen, de lessenstructuur te volgen en je examengerichte leerdoelen te behalen.
Over het algemeen wel, trams hebben voorrang op hun eigen sporen en bij het binnenrijden van kruispunten, tenzij specifieke verkeersborden (zoals een 'voorrangsbord') of verkeerslichten expliciet anders aangeven. Je moet altijd bereid zijn om een naderende tram voorrang te verlenen.
De belangrijkste gevaren zijn de stalen rails zelf, die zeer weinig grip bieden, vooral als ze nat of ijzig zijn. Rijden over of schuin over de rails kan ervoor zorgen dat je wielen wegglijden, wat leidt tot verlies van controle. Bovendien zijn trams zwaar en hebben ze lange remwegen, waardoor het cruciaal is om hun bewegingen te anticiperen.
Indien mogelijk, steek tramsporen haaks over om het risico te minimaliseren dat je wielen vast komen te zitten. Rem af voor de sporen en zorg voor voldoende ruimte en een vrij pad. Als je ze schuin moet oversteken, doe dit dan soepel en voorzichtig, vooral als de sporen nat zijn.
Ja, soms hebben trams hun eigen specifieke verkeerslichten, vaak bestaande uit witte 'lichtseinen' (meestal twee achter elkaar, of een 'U'-vorm). Deze geven aan of de tram toestemming heeft om door te rijden. Je moet deze signalen gehoorzamen als ze op jouw situatie van toepassing zijn.
Als een tram dezelfde rijstrook deelt, moet je deze laten doorrijden. Haal nooit een stilstaande tram in die passagiers in- of uit laat stappen, omdat mensen er mogelijk voorlangs oversteken. Houd voldoende afstand en wees je bewust van de mogelijke bewegingen van de tram, inclusief plotselinge stops of bochten.